Jeuk
Een goed afgericht paard is oplettend, mits om zijn aandacht gevraagd wordt. Wie te paard zit heeft direct contact
met het paard. De menner daarentegen neemt letterlijk afstand en moet volstaan met leidsels, zweep en zijn stem. Daarom is hij extra alert op zijn paard. De menner wil zijn paard attent houden, om te voorkomen dat het zijn eigen pad gaat kiezen. Zodoende beroert de menner met een van zijn leidsels regelmatig zachtjes de mondhoek: jeuken wordt dat wel genoemd. Het is vooral bij lange, rechte stukken iedere keer weer een waarschuwing voor het paard dat zijn menner er nog steeds is.
Metafoor
Dit jeuken wat de menner doet is te zien als een metafoor voor de functie van een ledenraad. De ledenraad komt in principe in de plaats van de algemene vergadering. De ledenraad heeft doorgaans niet meer bevoegdheden, dan die die standaard toekomen aan de algemene vergadering. Daarmee vormt de ledenraad vooral een platform voor bestuur en raad van commissarissen, waar deze bestuurlijke colleges verantwoording komen afleggen.
Een ledenraad is voor organisaties met grote ledenaantallen ook wel te zien als samengebalde energie van de leden. Hiermee is gemakkelijker intensief contact te onderhouden. Als de ledenraad ook nog een goede afspiegeling vormt van het ledenbestand, hebben bestuur en raad van commissarissen na een bijeenkomst met de ledenraad een betrouwbaar beeld van wat er onder
de leden leeft. Daarnaast biedt deze kleinere groep de mogelijkheid aan bestuur en commissarissen om een relatie met de ledenraad op te bouwen, omdat deze een voor langere periode stabiele samenstelling heeft. Er kan extra in geïnvesteerd worden om de ledenraadsleden te informeren over de ontwikkelingen in de organisatie.
Ledenraadsleden ervaren hun functie wel eens als mager. Graag zouden zij meer zeggenschap willen hebben. Maar om in de metafoor van het mennen te blijven, dan gaan zij het werk van het paard overnemen. Een ledenraadslid mag dus lui zijn: anderen het werk laten doen. Maar wel alert: wat doen die anderen. En ‘jeuken’: bestuur en raad van commissarissen steeds blijven herinneren aan hun aanwezigheid en aandacht blijven vragen voor het ledenbelang.
De stille kracht
Het feit dat er zo’n alert verantwoordingsplatform is, werpt als het ware zijn schaduw vooruit. Bestuur en raad van commissarissen weten dat ze zich weer dienen te presenteren aan de ledenraad en bereiden zich hierop voor. Deze voorbereiding is onzichtbaar voor de ledenraad. Maar het is misschien wel zijn belangrijkste beïnvloedingsmoment. Het jeuken heeft zijn werk gedaan.
Het enige wat ledenraadsleden als het ware hoeven te doen, is dus zichzelf zijn. Kennis nemen van de presentaties van bestuur en raad van commissarissen om vervolgens hun eigen mening te geven. Raadpleging van leden is daarom ook niet nodig. Bovendien zou dit een haast onmogelijke opgave zijn gegeven de grote ledenaantallen. Als ledenraadsleden de behoefte krijgen aan vooroverleg, vormt dit een indringend signaal voor bestuur en raad van commissarissen, dat er een kloof dreigt te ontstaan tussen de twee werelden: die van de bestuurlijke leiding enerzijds en die van de (ledenraads-)leden anderzijds.
De ledenraad heeft aldus, net als de menner, met beperkte (zeggings-)kracht veel invloed, mits hij de regels van de ‘sport’ goed verstaat.